1
Het huismodel
Je huis bestaat uit kamers, een dak en apparaten. Elke kamer heeft een maat, een verdieping, een radiator en een idee van hoeveel warmte hij verliest. Op het dak liggen zonnepanelen met een richting en een hoek. De apparaten staan in de kamer waar ze in het echt ook zouden hangen: de P1 Meter in de meterkast, de batterij in de berging.
Je begint met een woningtype, zoals een appartement of een tussenwoning, en past het daarna aan. We bewaren alleen je plaats en de coördinaten voor het weer, geen adres.
2
De simulatie
Elke vijf seconden rekent de simulatie je huis door. Het weer komt van je plaats, of uit een nagebootst weer met dag, nacht en seizoen als dat er niet is. Daaruit volgen de opbrengst van je zonnepanelen, het verbruik van je apparaten, wat de batterij doet en hoe warm elke kamer wordt.
De uitkomst heet de huisstand: per apparaat precies de meting die het echte apparaat via de lokale API zou geven. Meterstanden lopen alleen op, zoals in het echt.
3
De huis-agent
De huis-agent is een klein programma dat je thuis draait. Hij zet de virtuele apparaten uit je huisstand op je eigen netwerk, als apparaten die praten zoals HomeWizard ze beschrijft in de lokale API v2: vindbaar op het netwerk, versleuteld, met een token na een druk op de knop. Een app die met echte apparaten werkt, werkt ook met deze.
Tegelijk leest de agent de echte apparaten op je netwerk uit en stuurt hun metingen terug, zodat je in de simulator ziet wat er echt gebeurt.
4
Van virtueel naar echt
Koop je een apparaat dat je al virtueel had, dan koppel je het echte apparaat aan zijn plek in je huis. De agent stopt dan met de virtuele variant en meldt de metingen van het echte. Voor de rest van je huis verandert alleen de bron: de grafieken, de batterij en de warmte lopen gewoon door.
Zo groeit je huis stap voor stap van een simulatie naar een echte tweeling.